Media hebben de afgelopen week veel aandacht besteed aan het grote verdedigingsprobleem dat ontstaan is voor Ridouan Taghi in het Marengo-proces. Het is niet alleen een probleem voor de verdachte, maar ook voor het Hof, het OM, (het Dekenberaad van) de Nederlandse orde van advocaten en iedereen die begaan is met een eerlijk strafproces. Het Dekenberaad heeft zich tot het uiterste ingespannen, maar er is nog steeds geen (geschikte) advocaat gevonden die zijn of haar vinger wil opsteken, terwijl de zaak in hoger beroep, ná de einduitspraken van de rechtbank in februari 2024, alweer bijna twee jaar sleept. De voorzitter van het Hof noemde het bij de opening van de zitting waarop Taghi afgelopen donderdag terechtstond “gedoe rondom rechtsbijstand”.
Het is de vraag of die kwalificatie recht doet aan het grote probleem dat aan de orde is en vooral aan de daaraan ten grondslag liggende redenen. De meeste redenen zijn bekend. Drie advocaten van Taghi zijn gearresteerd en moesten zich daarom uit Marengo terugtrekken. Bij de laatste advocaat is zelfs gebleken dat de AIVD hem kennelijk in het vizier heeft gehad. Dit leidt bij mogelijke kandidaat-advocaten tot extreem grote zorg, want geen advocaat wil dat iemand – laat staan de Staat – meekijkt en meeluistert. Niet alleen omdat advocaten nu juist voor vertrouwelijkheid en geheimhouding moeten instaan, maar óók omdat het bestaande en potentieel nieuwe cliënten zal afschrikken. Welke cliënt wil immers een advocaat waarbij mogelijk de AIVD op kantoor, in de telefoon, in de auto, in het bajesspreekvertrek en misschien zelfs thuis zit? Overigens lijkt het probleem nog veel groter, gelet op wat Nu.nl gisteren noteerde. Het dekenberaad zou zelfs in een e-mail hebben geschreven “dat verschillende advocaten (bij voorbaat) zijn afgeluisterd door OM, politie en/of AIVD”.
Een ander immens probleem is dat er geen ervaren advocaat te vinden is die een lege praktijk heeft. Of beter gezegd: alle ervaren strafadvocaten hebben zonder uitzondering een volle praktijk. Het dossier is gigantisch en de zaak is juridisch uiterst complex. Dit betekent dat áls een advocaat zijn vinger opsteekt, er direct een zeer onplezierige tijdstrijd begint. Voor zover ik heb begrepen, hebben in hoger beroep tot nu toe alle advocaten die strijd zonder uitzondering met het Hof moeten voeren.
In de media lijkt nog onderbelicht gebleven een ander groot probleem dat advocaten weerhoudt om de vinger op te steken. Dat probleem bestaat al langere tijd, maar is sinds 1 november jl. totaal niet meer te hanteren.
Ik doel op het groeiende wantrouwen tegen strafadvocaten dat de afgelopen jaren steeds verder uitdijt. Symboolpolitiek heeft met succes bewerkstelligd dat de teugels rondom strafadvocaten flink zijn aangetrokken. Dat begon al met het verbieden van het meebrengen van laptops (met dossier) naar cliënten die extra beveiligd gedetineerd zijn, maar sinds een dikke week is er nu ook sprake van “visueel toezicht” tijdens advocaat-cliëntbesprekingen.
Dit toezicht houdt in dat het geheimhoudersgesprek “door middel van cameratoezicht doorlopend wordt waargenomen en opgenomen”. Volgens de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) wordt het gesprek “onderbroken” als sprake is van “verhullende of intimiderende communicatie”. Naast “gevaarlijk gedrag” moet volgens DJI worden gedacht aan: “gedragingen die afwijken van het doel van het gesprek” en “hevige of onderdrukte emotie”.
Op dit moment probeert de orde van advocaten nog het debat gaande te houden met het verantwoordelijke ministerie over de vraag of dit alles nog wel werkbaar is voor advocaten, maar de moedeloosheid onder strafrechtadvocaten neemt zienderogen toe.
Wie gaat immers bepalen of gedrag een afwijking is van het doel van het gesprek? Wie gaat het überhaupt iets aan wat het doel van een advocaat-cliëntgesprek is? Waarom zou een cliënt of een advocaat zich niet geëmotioneerd mogen tonen? En welk beeld gaat ook alweer samen met “onderdrukte emotie”?
Goed trouwens om te weten voor die zeldzame kwaadwillende cliënten die hun advocaat onder druk willen zetten: ze zullen dit voortaan met een paar woorden uiterst onbewogen moeten doen.
De regels bepalen verder dat als de directeur van de inrichting het gesprek definitief beëindigt, je als advocaat met je cliënt in beklag en daarna nog eens in beroep mag. Het grote probleem is echter dat dergelijke procedures niet alleen langlopend zijn, maar ook volstrekt zinloos. Immers, vanwege het beroepsgeheim mag je als advocaat nooit uit de school klappen over wat er met een cliënt besproken is. De vertragingen die daardoor in strafprocessen zullen optreden, zullen niet van de lucht zijn. Dit alles nog los van het risico van beschadiging van je reputatie op het moment dat je – plat gezegd – uit de bajes wordt gekieperd. Allemaal verdacht naar de buitenwacht, en een medium zou het zomaar eens kunnen oppikken. Ook dit alles vormt het weinig aantrekkelijke voorland van advocaten die Taghi zullen willen bijstaan.
Allemaal ellende waar je als advocaat niet op zit te wachten. En ook niet als zelfstandig ondernemer, want dat zijn de meeste ervaren advocaten. Niet alleen dreigt leegloop van de praktijk, maar er moet ook nog eens pro deo gewerkt worden tegen zo’n 30% van het normale uurtarief.
Maar “waar het ons om gaat, is dat er een resultaat komt”, aldus de voorzitter van het Hof aan het einde van de zitting, zo las ik. Hij ziet het als “de gezamenlijke taak van ‘de togadragers’ dat de impasse wordt doorbroken”. Hier doelde de voorzitter weer op advocaten, officieren van justitie en rechters, en dat inspireert tot een mogelijke oplossing.
Advocaten kunnen rechter worden, maar rechters kunnen ook advocaat worden. Ons land telt een groot aantal zeer kundige strafrechters met veel ervaring in de rechtszaal. Talloze rechtszaken met een stoet aan advocaten hebben zij aan zich voorbij zien trekken, dus het zal een fluitje van een cent zijn om een tijdelijke overstap te maken en Taghi te gaan bijstaan. De meeste problemen zullen als sneeuw voor de zon verdwijnen. Zo zal het grote wantrouwen dat nu tegen de strafadvocatuur heerst, vast niet voor hen gelden. Dus geen AIVD, meedraaiende camera’s en advocaat-cliëntgesprekken die vanwege onderdrukte emotie worden beëindigd met alle vertragingen van dien.
Vertragingen kunnen ook anderszins uitblijven doordat deze tijdelijke advocaten helemaal geen praktijk hebben en dus direct álle tijd kunnen vrijmaken voor de verdediging. Zij kunnen met behoud van salaris, ABP-pensioenopbouw en zonder vrees voor leegloop van een advocatenpraktijk gas gaan geven.
Welke rechters steken hun vinger op om dat gedoe rondom rechtsbijstand tot een einde te brengen?
Amsterdam, 10 november 2025
Nicolaas Meijering