ficq & Partners advocaten

Opinie: Te veel misverstanden: we moeten praten

De media-aandacht voor het verdedigingsprobleem rondom Ridouan Taghi in het Marengo-proces was nauwelijks verstomd of de volgende publieke aandacht volgde voor problemen die zich voordoen in grote strafzaken.

Op dinsdag 18 november jl. heeft een grote groep advocaten in een brief aan rechters en het OM aandacht gevraagd voor ernstige belemmeringen bij de verdediging van cliënten die verblijven onder extra beveiligde detentieomstandigheden (EBI en AIT). Die belemmeringen vloeien voort uit de vanaf 1 november jl. geldende regeling rondom “visueel toezicht” tijdens advocaatbesprekingen met deze zogenoemde “groep (hoog)risicogedetineerden”.

Ik besteedde in mijn column van 10 november jl. ook al zijdelings aandacht aan dit toezicht dat terug te voeren is op kennelijk levend wantrouwen jegens die gedetineerden én hun advocaten. Niet alleen wantrouwen dat er onder een hoedje gespeeld wordt bij gevreesd “voortgezet crimineel handelen vanuit detentie”, maar óók wantrouwen dat advocaten niet bestand zouden zijn tegen druk van zware criminelen.

Iedereen die de gehele totstandkoming van het paardenmiddel van dit Staatstoezicht gevolgd heeft, weet dat het allemaal begonnen is met één of twee incidenten die zijn voortgekomen uit het Marengo-proces. Het vanwege actiejournalistiek rondgaande frame dat het slechts om “het topje van de ijsberg” zou gaan, zal ongetwijfeld geholpen hebben bij die totstandkoming, maar is nooit met feiten onderbouwd.

De vraag is waarom de strafadvocatuur met deze incidentenpolitiek zo heftig in het verdomhoekje terecht is gekomen. Een belangrijke reden ligt voor de hand en raakt aan het feit dat criminaliteitsbestrijding al flink wat jaren een prominent en sexy thema voor politieke profilering is, met de strafadvocatuur als dankbaar doelwit. Maar misschien is een belangrijker reden toch terug te voeren op het bestaan van een groot aantal misverstanden rondom de taak en plichten van een strafadvocaat.

Of die misverstanden nu allang bestonden en eerst boven zijn komen drijven vanwege de aanpak van mijn beroepsgroep weet ik niet, maar het is wel opvallend dat het één na het andere misverstand zich het afgelopen jaar heeft aangediend. Ik doe een greep uit die misverstanden.

Wat betreft de vermeende noodzaak van visueel toezicht in de bajes wemelt het van de misverstanden. Ik noem het argument dat door dit toezicht de veiligheid van advocaten beter geborgd zou zijn. Het tegendeel is echter het geval. Zo zal die enkele kwaadwillende gedetineerde met wetenschap van draaiende camera’s enkel nog met woorden dreigen. Verder zullen alle cliënten volledig op de advocaat varen als het gaat om de vraag of men meeluistert of een liplezer meekijkt. In het geval er vervolgens toch iets uit de vertrouwelijkheid naar buiten zou treden, zullen advocaten de eersten zijn die daarop door cliënten worden aangesproken.

Ik noem verder het misverstand dat ten grondslag ligt aan het verbod aan advocaten en hun cliënten om emoties te hebben tijdens gesprekken. Als er één plekje in de samenleving is waar emoties de vrije loop moeten kunnen krijgen, dan is het wel een advocatenspreekvertrek in de bajes. Cliënten moeten alle denkbare emoties die samengaan met hun vaak benarde situatie kunnen uiten tegenover hun advocaat, alléén al om die emoties tot en met de rechtszaal te kunnen kanaliseren. Verder moeten advocaten hun cliënten zo nu en dan ook stevig kunnen toespreken teneinde hun verwachtingen en wensen naar een realistisch en werkbaar niveau te brengen.

Wat verder ook te denken van de nu geldende regel dat het advocaat-cliëntgesprek “onderbroken” kan worden als sprake is van “gedragingen die afwijken van het doel van het gesprek”. Het veronderstelt de onbestaanbare gedachte dat advocaten voorafgaand of ná het geheimhoudersgesprek het doel van het gesprek kenbaar zouden moeten maken.

Zonder volledig te zijn geweest, moge duidelijk zijn dat sprake is van het alomvattende misverstand dat de strafadvocatuur met dit cameratoezicht geholpen zou zijn: het tegendeel is het geval.

De laatste tijd doemen er echter veel méér misverstanden op rondom de taak en plichten van advocaten. En jawel, telkens weer in of rondom het Marengo-proces. Ik wist even niet wat ik hoorde toen ik onlangs luisterde naar een geluidsopname van de zitting van het gerechtshof op 6 november jl.

Op die zitting kwam de zoektocht naar een advocaat voor Ridouan Taghi aan de orde. Het OM stelde in het kader van een mogelijke oplossing dat “gedacht” kon worden aan één van de huidige advocaten van de dertien medeverdachten van Taghi, want die “kennen het dossier”. Bijzonder was vervolgens de opmerking van het OM dat “op dit moment” er veelal sprake is van “conflicterende belangen” tussen Taghi en die medeverdachten, maar als de zaken van die medeverdachten zouden “zijn afgedaan” dan zou een van die advocaten “kunnen worden aangewezen door de deken”.

Deze, bepaald niet de minste, vertegenwoordigers van het OM waren kennelijk niet op de hoogte van de harde regel dat het een advocaat in het geval van conflicterende belangen óók verboden is om na afronding van de rechtsbijstand voor de ene cliënt de (conflicterende) belangenbehartiging van de andere cliënt op te pakken. Zelfs in het geval van overlijden van één van die twee (potentiële) cliënten is dat streng verboden.

De kroon spande Tweede Kamerlid Ulysse Ellian, reeds bekend als aanjager van het visueel toezicht. Afgelopen woensdag kwam hij met een motie:

De Kamer, gehoord de beraadslaging, Constaterende dat het Marengo-proces enorme vertraging oploopt met alle maatschappelijke gevolgen van dien doordat inmiddels drie advocaten van Ridouan Taghi zijn aangehouden; Verzoekt de regering om: te bewerkstelligen dan wel te bevorderen dat op grond van artikel 13 Advocatenwet een advocaat wordt toegewezen aan Ridouan Taghi die zonder contact met betrokkene rechtsbijstand zal leveren.

Rechtsbijstand zonder dat advocaat en cliënt contact hebben. Het staat er echt.

Het wordt tijd dat de vele misverstanden omtrent de taken en plichten van strafadvocaten uit de wereld geholpen gaan worden. Die misverstanden kunnen immers tot ongelukken en belemmeringen van high profile-strafprocessen leiden. Dit laatste vooral ook omdat strafadvocaten steeds meer hun bereidheid verliezen om nog langer hun nek voor dergelijke zaken uit te steken.

Laat het OM, de strafadvocatuur en politici daarom snel om de tafel gaan.

Amsterdam, 28 november 2025

Nicolaas Meijering